Het is een uur of acht op een winterse, kille dinsdagavond als ik in de auto stap om ‘n een eindje verderop in de Zoetermeerse polder bij de boer mijn stukje rund ga halen.

Ik parkeer op het erf en als ik uitstap komt de geur van kuilvoer en mest me tegemoet. Mijn moeder, net als ik geboren en getogen op het Brabantse platteland noemde dat : gezonde lucht. En zo ervaar ik het ook. De uitlaatgassen van de stad ontvluchten en gezonde, boerenlucht opsnuiven. In de schuur brandt licht. Achter een tafeltje met een rood-wit geruit tafelkleedje erop en een lijst met de namen van alle mensen die ook een deel van het rund besteld hebben, staan de boer en z’n zoon, die ook net boer is. Er staan nog wat mensen die ook een “stukje” besteld hebben.

Uit een grote gekoelde aanhanger die in de schuur staat, zo een die je wel eens op de markt ziet, worden de grote tassen  gevuld met vlees gehaald, zo’n 12 kilo. Van gehakt en schenkel tot aan entrecote en kogelbiefstuk zowat elk stukje van de koe zit erin, keurig geportionneerd, gevacumeerd en gelabeld. De tas wordt op het tafeltje gezet en de boer vraagt of we een hond hebben. Een hond, hoezo? vraag ik. Nou, dan had hij nog wat runderhart voor me want dat werd natuurlijk niet in de bestelde zak vlees gestopt. Een rund wordt in zo’n 40 a 50 porties, afhankelijk van het gewicht bij slacht, van 12 kilo verdeeld en iedereen krijgt hetzelfde pakket. Ik vroeg of hij misschien wel een staart had want daar kan ik wel een lekker stoofgerechtje van maken ging er door m’n hoofd. Dat was een goeie vraag, dat wist ie eigelijk niet. Misschien dat de slager die in de slachtwagen op het erf bij de boer dezelfde dag daar het vlees keurig geportioneerd had dacht, 1 rund dus 1 staart, die kan ik toch niet in zoveel stukjes verdelen dus die gaat mooi  mee naar huis…

 

Na een   gezellig praatje over koetjes en kalfjes krijg ik de zak met het nog bijna lauwwarme vlees in m’n handen. Volgende keer moet ik tijdig aangeven als ik weer wil meedoen met een rund wat het loopt storm zegt boer Jan-Willem nog als ik afscheid neem. Ik loop over het erf weer naar m’n auto. Even kijk ik nog om naar de boerderij als ik wegrijd en ’n gevoel van weemoed overvalt me. Ik denk aan hoe ik als klein meisje bij mijn opa en oma op de boerderij ging logeren. Ik mocht samen met opa de koeien voeren die op stal stonden. Een kleine stal, heerlijk geurend naar hooi en3 koeien1 kuilvoer  met zo’n 12 koeien, met de glanzende koeiensnuiten waar de damp vanaf kwam op ooghoogte. Onvergetelijk mooi. En ook daar kwam zo nu en dan de slachter om er een te verdelen in diepvriesporties. Voor eigen gebruik want opa en oma hadden 10  kinderen.

Met een opgetogen gevoel ging ik naar huis.Wat zal ik weer eens gaan maken van al dit vlees? Zo’n gevarieerd pakket dwingt je tot creativiteit. Mooie pastasauzen, stoofpotten en gebraad flitsen door m’n hoofd.

Dit voelt goed, een eerlijk stukje scharrelvlees, van kalf tot rund tot slacht op een plek op het bord thuis binnen een paar kilometer afstand. Duurzamer kun je het niet hebben.

 

Nu las ik laatst dat het foodlingo van het jaar 2012 is geworden: “Crowdfeeding” : Burgers kopen via een gezamenlijk initiatief rechtstreeks in bij de lokale boer en eetproducent.

Het is voor veel mensen al jaren interessant om rechtstreeks bij de boer af te nemen maar omdat het nu mogelijk is om online gezamenlijk in te kopen bij de boer wordt het ook beter bereikbaar voor drukke, stadse mensen.

 

Rechtstreeks inkopen bij de boer of eetproducent uit de buurt. Het is goedkoper, duurzamer en het geeft je meer inzicht in waar je voedsel vandaan komt. Het is toch mooi als je kunt zeggen als je aan je eigen keukentafel zit: Kijk, zie je daar de polder aan de overkant van het meer? Daar komt het stukje vlees vandaan wat je op je bordje hebt.

 

 

Discussion

Comments (1)

Leave a reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *